Agressieve honden, bijtincidenten

Home > Inwoners > Agressieve honden, bijtincidenten

Agressieve honden, bijtincidenten

  • Wat is het?

    Maatregelen gevaarlijke honden
    Bij bijtincidenten met honden zijn verschillende maatregelen mogelijk. Zowel bestuursrechtelijk (door de gemeente) als strafrechtelijk (door de politie).

    De politie kan gevaarlijke honden na een bijtincident in beslag nemen. De gemeente heeft vanuit de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) de mogelijkheid om een muilkorf en aanlijngebod op te leggen (zie Art 2:59 van de APV). Ook kan het college van B&W de politie vragen om een hond in beslag te nemen, wanneer openbare orde en/of veiligheid in het geding is.

    Vanuit de rijksoverheid ligt er een voorstel om gemeenten in de toekomst mogelijkheden te geven om aanlijnen van hoog-risico honden te verplichten én om gebiedsverboden op te leggen aan dit soort honden. Tevens wil men ze na twee bijtincidenten een houd- of locatieverbod kunnen opleggen.

    Uitgebreide informatie vind u in de flyer "De procedure bij bijtincidenten door honden"

  • Aanvullende informatie

    Artikel 2:59 Gevaarlijke honden (Algemene Plaatselijke Verordening)

    1 Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

    2 Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

    3 Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

    a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

    b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

    c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

    4 Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is

  • Verwijzingen

  • Openbare documenten