We gaan verder met meten luchtkwaliteit

Home > Inwoners > Transitie Buitengebied > We gaan verder met meten luchtkwaliteit

We gaan verder met meten luchtkwaliteit

Sensortechnologie is geschikt voor het meten van fijnstof, zo blijkt uit de resultaten van het project meetnetwerk dat in 2019/2020 in Sint Anthonis is uitgevoerd. De resultaten geven aan dat de weersomstandigheden van grotere invloed zijn dan specifieke bronnen in het gebied.

Tijdens het project is met sensoren ook gekeken naar de ammoniakconcentratie bij een veehouderij. Wethouder Bollen; “De resultaten uit dit onderzoek hebben ons veel informatie gegeven. Als gemeente hechten wij enorm aan de resultaten en we zien dan ook voldoende aanleiding om met onderzoek naar het meten van luchtkwaliteit verder te gaan.”

Unieke aanpak

Het uitvoeren van onderzoeken ligt meestal in handen van een onderzoeksinstituut. In het onderzoek Zandkant-Noordkant heeft de gemeente zelf, aangespoord door vragen vanuit de gemeenteraad, het initiatief genomen tot het opzetten van een meetnetwerk. Wethouder Bollen heeft een duidelijke visie; “Gemeente Sint Anthonis wil een voorlopersrol innemen op het gebied van meten van sensortechnologie en het toepassen van metingen in de dagelijkse praktijk. Om die reden wordt een pilot ‘Agrarische APK’ ingericht, waarbinnen continu basis wordt gekeken naar de prestaties van een agrarisch bedrijf op het gebied van uitstoot. De opzet voor deze pilot wordt voorbereid. Bij deze pilot worden, net als in het afgeronde onderzoek, nadrukkelijk de inwoners betrokken. We willen daarmee een gemeente zijn die niet over inwoners beslist maar samen met hen een zoektocht begint naar oplossingen voor lokale maatschappelijke kwesties die iedereen raken: een betere luchtkwaliteit en meer draagvlak voor economische activiteiten en bedrijvigheid.”

Meten van fijnstof

In 2019 is een meetnetwerk opgezet met fijnstofsensoren in het pilotgebied Zandkant – Noordkant. Het meetnetwerk wil met sensoren een beeld krijgen van de actuele situatie van de luchtkwaliteit, de patronen in de tijd, de invloed van weersomstandigheden op deze patronen en indien mogelijk de invloed van diverse bronnen. Het gebied heeft bewoning, veehouderij, andere economische activiteiten, recreatie, evenals een provinciale weg en de A73 nabij. Het gebied ligt tegen een woonkern aan. Voor het meetnetwerk zijn acht fijnstofsensoren op ‘neushoogte’ verspreid in het gebied geplaatst. Uit het project blijkt dat sensortechnologie geschikt is voor fijnstof meetnetwerken. De gebruikte sensortechnologie in dit project blijkt geschikt voor het meten van de patronen, maar niet voor absolute concentraties. De relatie met bronnen in het gebied, zoals de aanwezigheid van wegen, veehouderijen of incidentele gebeurtenissen als houtstook, was niet in patronen zichtbaar. In Venray zijn in een meetproject van de provincie Limburg met hetzelfde type sensoren ook metingen in het buitengebied uitgevoerd. De afstand tussen de twee dorpen was hemelsbreed ongeveer 15 km. De patronen in Venray komen sterk overeen met die in het gebied Zandkant-Noordkant. 

Weersomstandigheden

Binnen het meetnetwerk zijn iedere 10 minuten de meetwaarden doorgegeven via een LoRa (LowRange) netwerk. De gemeten concentraties fijnstof in de dag, week en maand spelen een rol. Er zijn grote verschillen gemeten tussen dagen. Er zijn dagen waarop alleen lage concentraties gemeten worden en dagen waarop de gehele dag de concentratie beduidend hoger is. De luchtkwaliteit lijkt gemiddeld genomen overdag beter dan ’s nachts. Dit komt mogelijk ook omdat de windsnelheid ’s nachts lager is en omdat de relatieve luchtvochtigheid in de nacht vaak hoger is. Beide oorzaken kunnen van invloed zijn op het meetsignaal. Naast luchtvochtigheid en windsnelheid spelen weersomstandigheden en mogelijk ook specifieke bronnen buiten het meetnetwerk een rol.

Ammoniak

Naast het meten van fijnstof is binnen het project ammoniak gemeten nabij een veehouderijbron. Dit gebeurde in samenwerking met het eerdergenoemde project in de provincie Limburg.  Ook is een geurcomponent in een varkensstal gemeten. Deze laatste twee experimenten zijn uitgevoerd in voorbereiding op een mogelijk toekomstig meetnetwerk. Vijf ammoniaksensoren zijn in september geplaatst bij een pluimveebedrijf, en twee sensoren zijn op 15 meter afstand van de stal geplaatst. Zowel bij de stal als op 15 meter afstand laten de sensoren een patroon zien, dat een relatie heeft met het tijdstip dat de mest uit de stal wordt verwijderd en gedroogd. De sensoren op 15 meter afstand laten hetzelfde patroon in een lagere ammoniakconcentratie zien. De geteste ammoniaksensoren bleken ongeschikt om nog lagere concentraties te meten. Als we in doelvoorschriften willen vastleggen wat de emissie van een bedrijf mag zijn, is het wel mogelijk en zinvol om de ammoniakemissie van een locatie te meten.